Tuinboon kweken: stap voor stap uitgelegd

Tags:

Wil je tuinboon kweken in jouw moestuin? Goed idee! Ik ben groot fan van deze groente, want hij is erg makkelijk in de omgang;-) Ik leg je stap voor stap uit hoe jij tuinbonen kunt kweken én hoe je voorkomt dat ze belaagd worden door de zwarte bonenluis.

Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik gruwelde vroeger echt van tuinbonen. Mijn ouders hadden een moestuin en als die dingen op tafel kwamen, was ik niet blij. Ze werden dan ook niet lekker klaargemaakt: gekookt, zonder kruiden of sausje. Mijn moeder was streng en zei altijd: “Hup, je eet ze gewoon op, spoel maar weg met appelmoes.” Ik hartje appelmoes. Het laat alles lekker smaken, zelfs tuinbonen.

Hoe anders is dat nu ik zelf een moestuin heb en best lekker kan koken (vind ik zelf). Ik ben dol op tuinbonen. Ik gooi ze door de pesto-pastasaus of maak er een lekkere tapenade van voor op toastjes. Mjum! Tuinboon kweken is gelukkig totaal niet moeilijk. Als je deze stappen volgt, geniet jij binnenkort van deze veelzijdige groente.

Tuinboon kweken

De tuinbonen voordat je ze gaat zaaien.

1. (Voor)zaaien

Je kunt tuinbonen gewoon direct in de grond zaaien van begin maart tot half april. Maar je kunt ze ook wat eerder thuis voorzaaien (half februari), gewoon buiten op een beschut plekje of in een onverwarmde, koele kamer. Ze ontkiemen al bij 5 graden Celcius. Het kiemen duurt ongeveer 1 tot 2 weken. Om ze sneller te laten ontkiemen kun je ze eerst een nachtje laten weken in water. Als ik ze thuis voorzaai, stop ik ze op 2 cm diep in de grond.

In de volle grond stop ik de zaden redelijk diep, zo’n 5 cm omdat muizen en vogels er dol op zijn. Je kunt een afstand aanhouden van ongeveer 10-12 centimeter in de rij en 50-60 centimeter tussen de rijen. Tuinbonen hebben niet veel nodig: een beetje compost is genoeg.

Tuinbonen kweken

Thuis voorzaaien kan bijvoorbeeld in WC-rolletjes.

2. Uitplanten

Heb je jouw tuinbonen voorgezaaid? Dan kun je ze uitplanten als ze een centimeter of 10 hoog zijn en al wat blaadjes hebben. Je zet ze ook dan op 10-12 centimeter van elkaar in de rij en op 50-60 centimeter tussen de rijen. Overigens kun je best af en toe een beetje sjoemelen met die zaaiafstanden als je een kleine moestuin hebt. Doe ik ook vaak. Meestal gaat het goed. Zelf zaai ik maar 1 rij tuinbonen, want meer plek heb ik niet.

tuinboon kweken

Als ze wat groter zijn, is het slim de planten te ondersteunen, zodat ze niet omvallen. Bijvoorbeeld met een bamboestok.

3. Water geven

Tuinbonen hebben niet heel veel water nodig. Geef ze bij droog weer water en op het moment dat ze in bloei staan. Is het heel droog of juist erg nat? Dan is mulchen een goed idee bij tuinbonen (eigenlijk bij alle groenten wel). Bonen houden niet van natte voeten.

Tuinboon kweken

Een laagje mulch, hier van stro.

4. Bloei

Rond mei zie je de eerste bloemetjes aan jouw tuinbonen verschijnen. Hoera! Dat betekent bonen in de maak. Zodra de bloemen uitgebloeid raken, zie je heel voorzichtig de eerste mini-peulen verschijnen. En dan gaat het vaak rap.

Tuinbonen kweken

Prachtig die bloemen!

Tip: Het ras Aquadulce kun je in het najaar al zaaien. Bij een niet al te strenge winter heb je een flinke voorsprong qua oogst. Je hebt dan al geoogst tegen de tijd dat de zwarte bonenluis toe gaat slaan.

5. Bladluizen in de gaten houden

Ik zei het al: tuinbonen kweken is niet ingewikkeld, ze zijn makkelijk in de omgang. Maaaaaar er ligt wel een adder onder het gras: de zwarte bonenluis. In juni daalt deze massaal neer op tuinbonen. Als je er niet op tijd bij bent, kan het een ware plaag worden. Zodra ik de eerste tekenen van luizen zie, maak ik een mengsel van 20 gr groene zeep, 20 ml spiritus en 1 liter water en spuit de plant daar een paar keer mee in. Zitten er al aardig wat tuinbonen aan je plant en is het niet erg dat hij niet verder groeit, dan kun je ook de knop van de plant afbreken. Zo kunnen de luizen hier niet meer op landen.

6. Klaar voor de oogst

Het is belangrijk dat je de tuinbonen op het juiste moment oogst. Ze moeten groot genoeg zijn, maar ook niet te groot, want dan worden ze melig. Ze zijn goed als de peulen een beetje opzwellen en je de tuinbonen duidelijk ziet zitten. Om te oogsten draai je de peul rond. Zo komt hij makkelijk van de plant af. Na de oogst kun je de boon het beste dubbel doppen. Zo smaakt hij het lekkerst. Je haalt de tuinbonen eerst uit de peul en daarna haal je het buitenste velletje van de boon.

Tuinbonen kweken

Tuinbonen groeien rechtop. Een grappig gezicht.

7. Bereiden en bewaren

Ik heb zo’n klein tuintje dat ik mijn oogst altijd meteen kan opeten. Ik kook de tuinbonen dan 5 minuten. Hoe kleiner de boon hoe korter je ze kookt. Heb je een grotere moestuin, dan kun je de tuinbonen ook rauw invriezen. Eerst kort blancheren en dan invriezen kan uiteraard ook.

Je kunt ze ook dubbel doppen. Je blancheert ze even en haalt dan het buitenste iets bittere velletje eraf.

Tuinboon kweken

Ik oogst altijd een klein beetje, genoeg voor 1 maaltijd.

Ik zeg: zaaien maar!

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *